Drie gouden kepers op een rode achtergrond, twee parels, twee smaragden en drie robijnen. Dat is het wapen van Den Helder en het is vele eeuwen ouder dan de stad zelf. Het is afgeleid van het wapen van de heren en graven van Egmont, die in de late Middeleeuwen heren van Huisduinen waren en in de naar hen genoemde Grafelijkheidsduinen hun jachtpartijen hielden.

Maar de connectie met Egmond gaat verder terug. Al in de tiende en elfde eeuw lagen er tussen Huisduinen en Callantsoog bezittingen van het klooster Egmond, het eerste grote religieuze centrum van de Noordelijke Nederlanden. Het klooster was in 922 als nonnenklooster gesticht en omstreeks het jaar 1000 was de abdij een economische grootmacht geworden met landbezit verspreid door het hele graafschap Holland en zelfs daarbuiten. Mede doordat de onvrije boeren rondom dit landgoed met hun oogsten direct de voorraadschuren van het klooster spekten.

Het dorp Huisduinen bestond toen al langer. De vroegste vermelding van 'Husiduna' dateert uit 886. Toen Den Helder rond 1500 als vissersgehucht 'die Helder Buyrt' ontstond aan het Marsdiep, was Huisduinen vanwege het voortgaande kustverlies al verschillende malen landinwaarts verplaatst.

De monniken van de abdij van Egmond waren de eersten die aan de Noord-Hollandse kust de strijd aanbonden met het water en begonnen met de bouw van dijken om hun landerijen ten zuiden van de abdij te beschermen. Maar aan de kust was het landverlies niet te keren. Tijdens grote stormvloeden in 1170 en 1196 brak de zee op verschillende plaatsen door de duinenrij. Het achterliggende veengebied spoelde vrijwel helemaal weg. Callantsoog en Huisduinen bleven achter als waddeneilanden, op geïsoleerde stukken duin. Pas vier en vijf eeuwen later werden zij door de aanleg van Zijper Zeedijk en de Oldebarneveltsdijk weer verbonden met het vasteland.

De abdij van Egmond had bij de catastrofe een groot deel van zijn grondbezit in de Noordkop verloren en trok zich uit het gebied terug. De eilanden Callantsoog en Huisduinen werden door de Hollandse graven naderhand in leen uitgegeven aan enkele van hun getrouwen, Callantsoog aan de heren van Brederode en Huisduinen aan de heren van Egmont. De Egmonts waren eenvoudig begonnen, als wereldlijke zaakwaarnemers van de abdij, maar hadden zich steeds meer zelfstandige macht toegeëigend. Vanaf 1486 voerden zij de graventitel.

Het wapen is op 20 juni 1816 door de Hoge Raad van Adel officieel toegekend aan de gemeente Den Helder. Het wapen dat Den Helder voert hebben we dus te danken aan de jachtpartijen in de Grafelijkheidsduinen door de heren en graven van Egmont.


Bron: Canon van Nederland

HET ONLINE PLATFORM VAN DEN HELDER VOOR IEDEREEN